12 februari, 2008

zeepbel

Zeepbellen zijn prachtig. Er is geen enkel geestverruimend middel wat je net zulke rijkdom aan kleuren voortovert. Zeepbellen zijn echter geen lang leven beschoren; zij spatten spoedig uiteen. Al het mooie is er dan ineens niet meer. Iedereen weet dat.

Ons eiland heeft ook zo'n mooie zeepbel. We noemen 'm toerisme. Onze zeepbel wordt gekoesterd, en hij wordt met vereende krachten steeds groter geblazen. Hierdoor wordt het vliesje steeds dunner en neemt de spanning op de bel toe, maar worden de kleuren en de glans meer intens.
Velen bezweren dat er nu genoeg lucht in de zeepbel zit, en dat hij zal bezwijken; anderen roepen dat er nog veel meer lucht in geblazen kan worden.

Alle aandacht is dus gericht op onze zeepbel. We verliezen daarbij uit het oog dat onze mooie bel ook veel ongemakken met zich brengt, zoals het inslepen van allerlei humane ziekteverwekkende organismen, sterk verslechterende moraal en sociaal gedrag, materialisme en sociale ongelijkheid, toenemend gebruik van stimulerende - en verdovende middelen, de glitter en de glinster als de normale leefwereld gaan beschouwen, enzovoort.

Straks als eindelijk de bel knapt mogen we de rekeningen betalen. Ze zullen onbetaalbaar blijken. Maar als je er nu al aan denkt kun je niet meer van die mooie glanzende zeepbel genieten.

Geen opmerkingen: