10 november, 2008

Aruba, voor wie?

Als ik om mij heen kijk en luister naar onze gremia en bestuurders is er nog heel wat te verbeteren en ontwikkelen op ons eiland. En dat is ook wel zo, met name op de gebieden bestuur, samenleving, onderhoud en consolidatie.
Maar als onze gremia en bestuurders verbetering en ontwikkeling roepen bedoelen zij meestal andere zaken. Zij bedoelen dan investeringen in bouwwerken en infrastructuur ten behoeve van mensen van elders, toeristen enzo. Aan dit soort "verbeteringen en ontwikkelingen" wordt een steeds groter wordend deel van het eiland opgeofferd, veelal ten koste van de vaste bewoners, die weliswaar een klein deel van de lusten mogen genieten, maar wel het volle pond van de lasten moeten dragen. Veel van die lasten zijn niet direct zichtbaar. Je merkt het bv pas als je een stukje grond wilt kopen om een huis op te bouwen voor je familie. Grond is schaars geworden en dus duur tot heel duur. En daardoor worden ook ongeschikte gronden in gebruik genomen om op te bouwen. In salinjas zoals Pos Chikito aan de zeekant, Madiki en San Minguel, Washington en Keito, of in rooien zoals San Barbola, Tarabana, Yucuri, Shaba en Cunucu Abao (tevens salinja). Elke keer als het flink regent mogen de Brandweer en andere hulpdiensten uitrukken om te redderen.
Je merkt het ook als je met de kinderen een uurtje van die mooie witte "openbare" stranden gebruik wilt maken om ze zich even uit te laten leven, wat in de woonomgeving allang niet meer kan omdat ze daar door het drukke autoverkeer van de sokken worden gereden. Je wordt dan terstond door strandwachten in dienst van de resorts benaderd met het dringend verzoek je ogenblikkelijk met je kroost te verwijderen; de practische locale vorm van "apartheid" die je duidelijk maakt dat het strand niet (meer) voor jou bedoeld is.
Aan scholen en kerken, of andere gemeenschapsvoorzieningen wordt geen geld en aandacht besteed, maar wel worden met gemeenschapsgelden voorzieningen getroffen (vierbaansweg naar San Nicolas en ontsluiting van het Seroe Colorado- en Santo Grandigebied) om weer een ander deel van het eiland aan toerisme te kunnen opofferen. De stadshaven en de directe omgeving zijn al grotendeels aan het toerisme verkwanseld, en nu probeert men het laatste beetje "overige economische activiteiten" dat de haven met zich brengt ook nog - alweer met gemeenschapsgeld - naar een plaats zuidelijker, en achter het rif, te transplanteren die daarvoor ten enenmale ongeschikt is wegens gebrek aan diep water en manoeuvreerruimte.
Een punt van overweging is dat wij met z'n allen ervoor verantwoordelijk zijn dat die gremia en bestuurders op posities zitten waar zij zulke plannen kunnen maken en doen uitvoeren. Want wijzelf hebben ze verkozen. Moeten we ons nu niet eens diepgaand bezig gaan houden met de vraag of dit is wat we willen voor onze kinderen? En bij de volgende gelegenheid kiezen voor gremia en bestuurders die oog hebben voor onze belangen als Arubaanse samenleving? En die ons kunnen helpen het gevoel van eigenwaarde te herstellen (ontwikkelen en verbeteren) dat thans zo node wordt gemist?

Geen opmerkingen: